Griekenland 2005.

Van Athene via Halkidiki naar de pelion.

Klik op het plaatje voor een grotere foto.

Als je naar Attika gaat neem dan nooit een autokaart van voor 2004, het olympisch jaar mee, want daar klopt dus echt niets meer van.
We reden dan ook hopeloos verloren rond, voordat we in Marathon aankwamen, de omgeving waar we wilden verblijven om Athene te bezoeken.
Uiteindelijk kwamen in Marathonas Beach, ofwel Paralia Marathonas terecht, waar we bij de receptie van Euro apartments in ons beste Engels een kamer wilden bestellen. noot: waarschijnlijk verkocht en heeft nu een ander naam gekregen
Dit werd ons hier echt gemakkelijk gemaakt, de eigenaar kwam uit Rotterdam, was met pensioen en een apartementen hotel begonnen.
We werden hier echt vertroeteld, maar:

Luister nooit naar de hoteleigenaar in Marathonas beach als je van daaruit Athene wilt bezoeken.
Volgens hem was het een makkie om naar de Acropolis te rijden en daar de auto te parkeren, nou dat hebben we geweten.
We hebben ongeveer 3 uur in Athene rondgereden en de hele stad gezien.
Wat een gigantische metropool is dat.
Maar goed, toen we later op de dag met de trein vanuit Agio Stefanos aankwamen, waren we op loopafstand van het centrum. Natuurlijk gestart met het verorberen van een uitermate goede Grieksesalade op een terras in de stad.
Ook in Athene wordt je op de terrassen lastiggevallen door verkopers die je van alles en nog wat proberen aan te smeren.
Athene kan met recht een bruisende stad worden genoemd.


Athene oud en nieuw wisselt elkaar af, flatgebouwen staan naast tempels of restanten daarvan.
De Agora (markt) vormde vanaf 600 v C.het politieke hart van het oude Athene
De stoa van Attalos waarin winkels zaten maakte het plein tot een commercieel centrum.
De stoa die twee verdiepingen telt, is als het ware opgenomen in de bebouwing en omgeven door flats.
Het dankt zijn naam aan de bouwer, Attalus van Pergamom, koning van 159-138 v C.
Het biedt onderdak aan een museum dat een goed beeld geeft van het leven in de oudheid.
Facinerend is het speelgoed van terracotta.


Het is een fikse wandeling om de Acropolis heen, maar zeker de moeite waard.
Jammer dat alles in de steigers staat voor een grote opknapbeurt.
Je begrijpt niet dat de Grieken dat niet voor de olympische spelen van 2004 hebben gedaan.
Het Partenon is de grootste tempel van het komplex en een van de beroemdste gebouwen ter wereld.
In 447 v C. begon men met de bouw, deze duurde 9 jaar.
Het ontwerp was van Callicrates en Ictinos.
Door de eeuwen heen is het gebruikt als tempel, kerk, moskee en arsenaal.
De tempel is volledig symetriscDe beeldhouwers pasten trukjes toe om de wetten van het perspectief te omzeilen.


Verderop tijdens de wandeling passeren we het theater (odeon) van Herodus Atticus.
Het werd gebouwd in 161 na C. en is in 1955 gerestaureerd
Herodus liet het bouwen als herinnering voor zijn vrouw op de zuidhelling van de Acropolis.
De halfronde orchestra voor het toneel werd in 1950 opnieuw geplaveid met blauwe en witte marmeren tegels.
Oorspronkelijk was het overdekt met een dak van cederhout, dit kwam de accoustiek ten goede.
Nu wordt 5000 zitplaatsen tellende theater gebruikt voor uiteenlopende doeleinden, van toneel, via klassiek tot popconcert.


Echt alles staat in de steigers, maar het blijft een imposant iets.
De tempel van Athene werd gebouwd ca 425 v C. na de overwinning van de Atheners op de Perzen.
Op een bastion van 9,5 mtr hoog staat deze tempel ontworpen door Callicrates.
Het diende ook als uitkijkpost, naast de funktie als heiligdom voor Athene, godin van de overwinning.


De toren der Winden, naast de Romeins markt, is Hellinistisch van stijl.
In de fries om de gevel zijn de acht winden gepersonifieerd.
De Syrische astronoom Andronikos Kyresstes bouwde deze marmeren toren in de 2e eeuw v C.
De toren is ruim 12 meter hoog en heeft een doorsnede van 8 meter.
Het achthoekige wateruurwerkmet kompas, zonnewijzer en windwijzer toont basreliefs op elk van de acht zijden, die een bijbehorende windrichting uitbeelden.
Van Boreas, de koude noordewind tot aan Notos, die vanuit het zuiden regen brengt.



Zomaar een levendig plein in Athene.
Zelfs buiten het hoogseizoen is er volop bedrijvigheid.
Ook nu doen de terrassen goed zaken.



Athene is bij uitstek een stad om naast het opsnuiven van cultuur ook nog eens te winkelen.
de stad barst van de leuke straatjes met winkeltjes met traditionele ambachtelijke produkten.
Rond Athinas, in Monastiraki en in Plaka ziet u veel winkeltjes in kruiden en specerijen en winkels in religieuze zaken, zoals ikonen en kandelaars.
Hier komt een ieder aan zijn trekken.
Het is een stad om heerlijk te dwalen, door deze straatjes en over de pleinen.


Ter hoogte van Larisa, ongeveer halfweg tussen Athene en Thassaloniki in ligt Kokino, gescheiden door een gebergte van het binnen land.
Een rit voert ons door de vallei van Tempe, waardoor de rivier Pineios stroomt.
Apollo heeft zich hier gewassen, nadat hij de slang Python had verslagen.
De kloof is schitterend, maar biedt geen mogelijkheid om er door te lopen. De weg slingert zich erdoor.
Wij gingen over een zanderige bergpas het massief over en kwamen langs de kust en kregen acuut trek in een salade.
Op dit adres kunnen we hem aanbevelen en het uitzicht was wonderschoon.
Trouwens, over het weer viel ook niet te klagen en de Retsina smaakte ons uitstekend.
Kokino Nero, betekent " rood water" en is een plaatsje dat in deze periode was uitgestorven.
Het bestaat overwegend uit apartementen gebouwen en een camping, na wat zoeken kwamen wij terecht bij Hariklia apartementen daar werden wij verwelkomd door een hondje, Julia, waar we niet meer vanaf geraakten tijdens ons verblijf.
Hierbij vanaf een bergrug de kuststrook waar Kokino ligt.
Het dorp kent weinig toeristen van buiten griekenland.
De tavernes op de boulevard, er waren er 4 geopend, knokken om de klandizie.
Elke avond probeerden we een andere taverne uit, ze bevielen ons allemaal. En inderdaad vlak bij op loopafstand van het dorp is een ijzerhoudende bron en het lijkt echt rood water.
In de maand mei is het er heerlijk rustig en kun je er mooi wandelen.
Helaas was het zeewater nog aan de koude kant en bestaat het strand van Kokino voor een groot deel uit keien.
Vanuit Kokino Nero naar Halkidiki, een stevige rit, waarna via Thessaloniki, koers richting de drie vingers van Zuid-Halkidiki.
Wij richten ons op Sithonia, het middelste schiereiland, hetgeen het minst toeristich zou moeten zijn.
Uiteindelijk komen we in Sarti terecht, waar we uitzicht hebben op Athos, een autonome republiek, geregeerd door 1700 monnikken die zo'n 20 kloosters bewonen.
Athos mag alleen door mannen mag worden bezocht, een verzoek tot een bezoek heeft zo'n 3 maanden nodig, waarna je 4 dagen het schiereiland op mag.
Het is zelfs zo erg dat er buiten kippen geen enkel mannelijk dier op dit schiereiland aanwezig is.
Het schiereiland is genoemd naar de berg van 2030 meter hoog die op het einde staat en altijd zijn top in de wolken heeft, tenminste toen wij daar waren .

Na wat rondrijden vinden we een adresbij Kostas Houses, langs de boulevard, vrijwel aan het strand.
Sarti blijkt ook een bolwerk van toerisme te zijn voor de Oostbloklanden.
Dit is ook te merken aan het eten in de tavernes, alles is hierop gericht.

Halkidiki was een streek die ons niet erg trok, o.a. wandelen was er bijna niet mogelijk.
Dus koersten we na een paar dagen richting Pelion ofwel Pílion, een schiereiland aan de oostkant van Griekenland, grofweg gelegen tussen Athene en Thessaloníki, het maakt deel uit van de provincie Thessalië.
Het is een gebied waar voornamelijk Grieken hun vakantie doorbrengen.
Wij kwamen uiteindelijk terecht kwamen bij Garden Bungalows, waar ik vooraf al via de E-mail kontakt had gelegd.
We werden verwelkomd door de ouders van mijn kontaktpersoon, die geen woord buiten de grens spraken, dus werd het communiceren met handen en voeten.
Na wat heen en weer gepraat in gebarentaal konden we zelf een vrije bungalow uitzoeken op het schitterend aangelegde parkje.
Als je rustig wilt zitten, moet ja eind mei naar dit adres gaan.
De bungalow die wij hadden gekozen was oud, maar schoon en in principe van alle gemakken voorzien, alhoewel wel op zijn Grieks.
Net als overal in Griekenland hadden we er gelijk een paar huiskatten bij.
Op de foto zie je hoe schaduwrijk ons plekje was.
Pelion of Pilion is volgens de legende het zomerverblijf van de twaalf goden van de Ólympos. Pílion zou in het grijze verleden ooit de verblijfplaats zijn geweest van Centauren en Argonauten. De geschiedenis heeft echter nog meer achtergelaten.
De overheersing door andere volken heeft er voor gezorgd dat de herenhuizen een typische bouwstijl hebben. Het oosten van Pílion is met haar prachtige natuurschoon en mooie stranden misschien wel de meest fascinerende kant van dit schiereiland.
Het groene landschap is bedekt met een veelzijdigheid aan fruitbomen die de bevolking van Pílion het fruit schenkt.
De kustlijn aan deze kant van het schiereiland is zeer grillig.
Wij verbleven op 80 meter lopen van het prachtige strand van Potistika.
Het schitterende zandstrand wordt hier door een grote rotsformatie verdeelt in een breed en een smal zandstrand waar de kleurschakeringen van het zeewater uitnodigen tot een verfrissende duik.


Op de helft van het pad naar het strand zat een taverne die 4 dagen nadat wij aankwamen open ging.
Voor de uitbaters, een ouder echtpaar, waren wij duidelijk de eerste gasten van het seizoen.
Probleem op de Pilion is toch dat de mensen er vrijwel geen andere taal dan het Grieks spreken, wat het bestellen nogal bemoeilijkte.
De kokkin maakte echter de lekkerste kalamaris (inktvis) van de hele Pilion voor ons klaar en ook de sardines waren niet te versmaden.
Het was elke dag weer een belevenis voor ons om daar te eten, de jurk van de kokkin ging lang mee en was volgens ons waterafstotend van het vet geworden.
Maar het eten was er prima en betaalbaar.


De rijkdom van de eigenaren van deze herenhuizen is af te lezen aan de prachtig beschilderde plafonds met houtsnijwerken.
schalige spoorweg in Pílion is een belangrijk element geweest voor de ontwikkeling van het gebied.
Het vele fruit wat hier geteeld werd, moest naar de haven van de hoofdstad Vólos om na inscheping naar alle streken van het land en zelfs het buitenland geëxporteerd te worden. Jarenlang reed de trein via alle dorpen dagelijks op en neer en leverde een belangrijke bijdrage aan de economische bloei van het schiereiland.
Rond 1970 besloot men de lijn op te heffen, echter een aantal enthousiaste stoomtreinliefhebbers wist het spoor nieuw leven in te blazen.
Op zaterdagen en zondagen in het seizoen is er de mogelijkheid om een rit met de stoomstrein te maken, vanuit Áno Lechoniá met als eindstation het bergdorp Miličs.
Op alle andere dagen kun je een schitterende wandeling maken over het trace door olijfboombossen, over berghellingen en prachtige oude bruggen.


Een grote aantrekkelijkheid van Pílion is de hoeveelheid kleine dorpen met de typische architectuur, archontiká genoemd, van deze streek.
Deze archontikó-huizen zijn als een toren gebouwd en bestaan uit drie verdiepingen. De eerste twee verdiepingen zijn gebouwd van natuursteen afkomstig van de berg Pílio.
Deze twee verdiepingen hebben dikke muren en weinig tot geen ramen.
Vroeger was de benedenverdieping opslagplaats voor voedsel en goederen.
Via een houten trap komt men op de eerste verdieping, tampanas genoemd, het woongedeelte was waar de bewoners in de winter verbleven.
In tegenstelling tot de eerste twee verdiepingen is de bovenste veelal gemaakt van een ander materiaal, aan de buitenkant voorzien van schilderingen.
Opvallend is het overstekende deel met veel ramen, waardoor veel zonlicht naar binnen viel.
Die ruimte werd vroeger gebruikt als gasten- en zomerverblijf






terug naar boven